Drempellopen om nog meer vooruitgang te boeken


Trainingstechniek die het midden houdt tussen rustig joggen en een intensieve intervaltraining. Met drempellopen wen je je lichaam aan een matige inspanning. Drempellopen kun je op het gevoel doen - dat wil zeggen zonder chronometer - om beter je eigen grenzen te leren kennen en te leren hoe je die kunt overstijgen.

 

Het is niet altijd gemakkelijk om deze trainingstechniek onder de knie te krijgen. Alleen al het begrip drempel is voor velen verwarrend.

Om het principe en de bijbehorende lichamelijke processen eenvoudig uit te leggen – op het gevaar af er een karikatuur van te maken – is het waarschijnlijk het beste om vooral aan de letterlijke betekenis van het woord te denken: de drempel is de snelheid waarmee een loper traint wanneer hij op het punt staat over te gaan naar een ander soort inspanning. Het is de omslag van comfortabel joggen (tot ongeveer 80% van de maximale hartslag) naar een steviger tempo (maar zonder de anaërobe weg te kiezen).

De bedoeling van dit soort training is je lichaam te laten wennen aan een lichte mate van ongemak door ademgebrek. En om gedurende steeds langere perioden (van vijf minuten om te beginnen tot 30 à 45 minuten voor ervaren lopers) erin te slagen te lopen aan een "drempel"-snelheid die net onder de snelheid ligt waar je zou moeten stoppen omwille van een ophoping van melkzuur in de spieren (lees: verzuring).

Net als bij intervaltraining is er bij drempeltraining een evenwicht tussen fasen van inspanning en fasen van recuperatie. Voorbeelden van sessies: 4x10min met 4’ recuperatie; 2x25min met 6’ recuperatie;

Enkele van de vele voordelen van een wekelijkse drempeltraining: je oefent jezelf om sneller en langer te lopen en vergroot ook je uithoudingsvermogen. Met deze techniek leren je spieren immers beter hun suikerreserves beheren en kun je dus een grotere inspanning langer volhouden.

Op mentaal vlak dwingt een drempelloop de loper ertoe om uit zijn schelp te komen en de comfortabele zone van rustigj joggen te doorbreken.

 

Enkele voorzorgsmaatregelen voor een goede drempeltraining:

- Zorg voor een goede opwarming van ongeveer 15’-20’ voordat je begint met drempellopen  – en drijf het tempo geleidelijk op zodat je hartslag omhoog gaat.

- Als je kiest voor een training op de atletiekbaan, chronometreer dan de perioden van drempellopen op een evenwichtige manier, net zoals bij intervaltraining.

- Als je in de natuur gaat lopen, moet je vertrouwen op je chronometer en recuperatietijden aanhouden die korter dan of gelijk zijn aan de totale tijd van inspanning op de drempel (idem als op de atletiekbaan).

- Stop met trainen wanneer je je niet lekker voelt (draaierig, erge spierpijn …).

- Neem de tijd om op het einde van je training tot rust te komen, door erg rustig te joggen gedurende ongeveer 15’ tot 20’.

 

Goede race!
 

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
Score geven
NAAR BOVEN